We beschouwen armoede als een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt mensen in armoede van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Tussen het leven van mensen in armoede en mensen zonder armoede-ervaring bestaat er dus een moeilijk overbrugbare kloof, die zich manifesteert op verschillende vlakken: structurele participatie, vaardigheden, kennis, gevoel en krachten van de mensen. Deze kloof kan enkel overbrugd worden wanneer de samenleving (zowel het beleid als het brede middenveld en andere actoren) beroep doet op de kracht die mensen in armoede en hun omgeving bezitten, de voorwaarden creëert zodat mensen in armoede deze kracht kunnen aanwenden en iedereen gelijke kansen geeft om aan alle aspecten van de samenleving deel te nemen.

De hieruit voortvloeiende visie op het Vlaamse armoedebestrijdingsbeleid werd als volgt in het huidig Vlaams Actieplan Armoedebestrijding geformuleerd:

We voeren een structureel participatief armoedebestrijdingsbeleid en zetten daarbij versterkt in op het voorkomen en bestrijden van armoede bij gezinnen met jonge kinderen. Ter ondersteuning hiervan voeren we een geïntegreerd bestuur.

Meer informatie hierover vindt u in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding 2015-2019.